Uitreksels "250 jaar na Hahnemann"

pag. 43

... Het grote succes van de homeopathie in de begindagen waren de onmiskenbare resultaten bij acute en epidemische ziekten, precies die ernstige ziekten, waarbij een weldenkend mens zich toch liever tot een reguliere behandeling zou wenden. De tyfusepidemie van 1813, die uitbrak onder de zich terugtrekkende troepen van Napoleon hield lelijk huis toen Hahneman in Leipzig 180 gevallen te behandelen kreeg. Hij verloor twee patiënten terwijl de normale mortali-teit in die tijd ongeveer 30% bedroeg. Toen cholera uitbrak in 1830 was de sterfte gewoonlijk tussen de 40 en de 80% naargelang de bron. In 10 homeopathische ziekenhuizen in Londen bedroeg de mortaliteit 9%. Ook in Oostenrijk haalde men dergelijke goede resultaten met de homeopathische behandeling, dat de wet die homeopathie verbood zelfs werd herroepen. Bij de behandeling van gele-koorts-epidemieën in de Zuidelijke staten van de VS haalde de homeopathische behandeling een dodencijfer van 6% terwijl bij een allopatische behandeling de sterfte tussen de 15 en de 85% ligt. Ook difterie-epidemieën in 1862 en 1864 in de staat New York werden door de homeopaten met succes behandeld: een verlies van 16 % tegenover 83% bij de allopaten. Bij de grote grieppandemie van 1918 in Ohio rapporteerde men dat van de 24.000 met allopathie behandelde patiënten 28% stierf. Van de 26.000 met homeopathie behandelde patiënten stierf 1%.44
Gaan de sceptici onder druk van de harde cijfers hun geloof aanpassen? Waarschijnlijk niet.