NVKH Stromingendag Nieuwegein 21 november 2009

Hoe klassiek zijn wij?
Door Anne Vervarcke

Ik zou zeggen: “Een homeopaat mag niet te klassiek zijn” (naar de titel van het vermakelijke boek: “Een man mag niet teveel moslim zijn”) want ‘te’ is nooit goed.
In de stroomversnelling waarin de homeopathie is terecht gekomen is het zwemmen en zien boven te blijven. Alles om ons heen is woelig en het lijkt moeilijk soms om nog vaste grond onder de voeten te krijgen. Maar laat ons bedenken dat hoewel ze nooit tweemaal dezelfde is, de rivier toch de rivier blijft … of hoe alles verandert en toch zijn coherentie behoudt…

Na “Crossing Bridges” enkele jaren geleden, onderzoekt Nederland vandaag opnieuw de verschillende stromingen, visies en behandelingsmethodes binnen het kader van de homeopathie.
 Ik  beaam zeker dat de  homeopathie zich  als professie dient te positioneren in het gehele hulpverleningslandschap en het zou mooi zijn met een eenduidig profiel naar het publiek toe te treden.  Maar… dat is er niet. Hoewel ik dus de wenselijkheid daarvan onderschrijf, geloof ik niet in de mogelijkheid. Daarvoor is homeopathie te veelzijdig, te gevarieerd, te divers, te grensoverschrijdend, te veelomvattend.
Deze eigenschappen deelt ze met ondermeer de wetenschap, godsdienst of kunst die evenmin een eenduidig beeld naar buiten projecteren. Daarvan zijn in de loop der tijden wel zoiets als gecanoniseerde versies ontstaan. Wanneer echter in subjectieve domeinen bepaalde uitingen zogenaamd objectieve kwalificaties krijgen, wekt dat al gauw ergernis. Niet omdat de gecanoniseerde kunstuitingen niet goed zouden zijn, verre van, maar omwille van het conservatisme en het snobisme die vaak de klassieke muziek, de klassieke literatuur, de officiële wetenschap of het klassieke toneel begeleiden. De blik wordt dan vernauwd tot deze gecanoniseerde versies met uitsluiting van al de rest.

U hoort mij komen.

We horen ons vandaag immers te bezinnen over de vraag ‘hoe klassiek wij zijn?’.
Daarbij wordt ‘klassiek’ niet nader gedefinieerd en wordt in het midden gelaten of klassiek nastrevenswaardig dan wel verwerpelijk is, of we er met zijn allen moeten ijveren om zo klassiek mogelijk te worden of ons er zover mogelijk vandaan moeten houden.
Laat ik dan, volgens mijn eigen traditie beginnen met het definiëren van de termen.

Als we ‘klassiek’ in de betekenis van ‘de Griekse en Romeinse cultuur’ terzijde laten, vinden we in het woordenboek volgende mogelijkheden: ‘uit vroegere tijden stammend en desondanks niet verouderd, een voorbeeld waardig, voortreffelijk, uitstekend, voorbeeldig in zijn soort, als model aanvaard of kunnende dienen, waaraan blijvend gezag is toegekend.
Onder klassiek begrijpen we ook: zaken met een zekere traditionele reputatie, die altijd weer genoemd worden, traditioneel, conventioneel, antiek, ouderwets.
Wat is onze taal toch rijk!
Maar zo komen we er niet uit. Want naargelang de keuze van een bepaalde betekenis van het woord ‘klassiek’ wordt het een argument pro of contra.
Als we uit die mogelijkheden bijvoorbeeld ‘voortreffelijk’ of ‘uitstekend’ kiezen, dan vindt allicht iedereen die definitie op zich toepasselijk. Als we ‘waaraan blijvend gezag is toegekend’ er uit pikken zijn we terug bij de gecanoniseerden van daarnet.
Wie is immers in de positie om gezag toe te kennen? En aan wie? En wat is blijvend?
We weten dat de eens verguisden uit de wetenschap en kunstgeschiedenis doorgaans soms niet meer dan een halve eeuw later toch in de galerij de klassieken worden opgenomen.

Zo gaat dat nu altijd met taal. Je kunt er alle kanten mee op. Niets objectief, altijd volatiel, symbolisch, complex, letterlijk of figuratief, een instrument in de mond en geest van de retoricus, de pleitbezorger, de marktkramer of de poëet.
Je kunt dit toejuichen of betreuren.
In een discussie wint de beste spreker. Maar heeft die daarom meer waarheid in pacht? Is die daarom wijzer? Heeft hij daarom gelijk of heeft hij gelijk gehaald?
We doen er goed aan te bedenken dat het instrument van de homeopaat de taal is (en niet de stethoscoop) en dat we ons beter bewust kunnen zijn van haar grillen, kuren en wondere wegen. Dit zal ons van pas komen zowel in de consultatieruimte als in onze dialogen met vakbroeders en -zusters.

Dit gezegd zijnde.
Als we klassiek als ‘traditioneel’ definiëren, dan betekent dit binnen de homeopathische wereld vaak zoveel als ‘volgens Hahnemann’. Anderen vinden dat klassieke homeopathie zich vooral onderscheidt van andere vormen zoals klinische of complexhomeopathie, door volgende basisregels: voorschrift gebaseerd op totaliteit van de symptomen, eenmalige dosis, hoge potenties.
Met ‘volgens Hahnemann’ kan je echter ook verschillende kanten op. Zoals we weten zijn de verschillende versies van het Organon, onze bijbel, voorwerp van exegese en omdat -zoals daarnet betoogd- de taal een flexibel medium is, kan de controverse tot in het oneindige doorgaan. Voorbeelden uit andere gebieden van exegeses zijn niet bepaald stichtend…

Het soort klassiek dat de letter van de tekst volgt, heeft het overigens kwaad met het Organon omdat het boek vol innerlijke contradicties staat. En dan wil ik het nog niet eens over de finesses van de vertaling hebben. Dat hebben anderen voor mij voortreffelijk gedaan . Het ‘Organon’ als een onveranderlijke, vaststaande en onbetwistbare tekst aanzien, is dus niet enkel daardoor moeilijk te handhaven, de vraag is ook of het wenselijk is.
Moeten we niet iedere tekst in zijn context beschouwen? Tijds- en plaatsgebonden elementen in rekening brengen en de achtergrond en het karakter van de auteur laten meespelen? Of maakt het ons geen verschil voor het begrip van een tekst waar en wanneer hij geproduceerd is en door wie?

Wanneer we een lezing naar de geest in plaats van naar de letter nemen, dan beschouw ik mezelf als superklassiek.
Het Organon begint immers met de richtlijn de zieke gezond te maken of zoals het in mijn favoriete vertaling klinkt: ‘to restore the sick to health' , wat dus de gezondheid herstellen zou inhouden. Ik begrijp dit als de zieke, dus de hele persoon, de mens gezond maken en niet als zijn symptomen wegnemen. Het eerste impliceert het tweede maar het omgekeerde vraagt om enkele verduidelijkingen.
Wat  de brug oversteken van de reguliere geneeskunde naar de homeopathie zo moeilijk maakt, is de definitie van wat ziek is in een mens. De reguliere geneeskunde hanteert -meestal maar niet altijd even fanatiek- een materiële visie: wat gekwantificeerd kan worden. Uitschieter  in de materialistische visie is de psychologie en/of psychiatrie die de neiging heeft zielenleed tot hersenchemie te herleiden (en daarbij correlatie voor causaliteit te houden).  Aan het andere einde van het spectrum bevindt zich de psychosomatiek, die de emotionele oorzaak van allerlei kwalen onderkent (die ze via gedragstherapie, ontspanningstechnieken, coachen en complementaire geneeswijzen probeert te remediëren). We zien daarbij dikwijls dat huisartsen als eerstelijns gezondheidswerkers tot een psychosomatische diagnose neigen. Specialisten beschouwen doorgaan alleen vergevorderde fysieke pathologie als echte ziekte. Voor hen zetelt de rest tussen de oren en is dus voer voor psychologen, niet voor artsen.

De cruciale vraag van elke genezer of hulpverlener is dus: ‘wat is ziekte en wat is gezondheid?’ Zonder deze termen, al is het maar voor zichzelf, te definiëren is zinvol werken uitgesloten. En in de dialoog praat men langs elkaar heen als die termen niet dezelfde lading dekken.

Hahnemann heeft zijn definitie tijdens zijn leven ook vaak bijgesteld. Uit de aforismen 6, 7, 11, 14, 15, 17, 148 en andere heb ik het volgende geëxtraheerd: ziekte is een verstoring van de dynamis, die zich uitdrukt door tekens en symptomen op lichaam en geest. Die kunnen door de genezer via de zintuigen opgemerkt worden en vormen een totaliteit (een entiteit, een portret, een Gestalt, coherent patroon). Wanneer deze totaliteit weggenomen is door de verstoorde dynamis een similimum te geven (gelijksoortig in symptomen maar iets sterker in potentie) is de verstoring, de ziekte zelf weg.
Het similimum is het middel dat het meest gelijksoortig is aan het beeld van de patiënt en voorgeschreven op de meest karakteristieke, ongewone, opvallende, opmerkelijke, speciale, onderscheidende kenmerken. (wat wij Strange, Rare and Peculiar noemen). Het meest individuele dus, want op gewone, algemene, vage kenmerken kunnen we niet voorschrijven.

Het begrip van deze Hahnemannse richtlijnen is de laatste decennia echter in een stroom- versnelling terechtgekomen. Zijn de termen gebleven, de interpretatie is veranderd.

Ik ben me er maar al te goed van bewust dat de daarnet gegeven selectie van aforismen één van de mogelijke lezingen van de tekst is. Een andere selectie zou andere resultaten opleveren, hoewel deze lezing naar de geest een poging is de rode draad in het betoog te vatten. Dat doen wij ook tijdens een anamnese doen; wij laten ons ook niet van de wijs brengen door een eenmalige schijnbare contradictie of incorrecte omschrijving maar proberen de boodschap van het totale relaas te begrijpen. 

Wat is er de laatste drie decennia dan vooral veranderd in de interpretatie?
Samengevat: wat het meest SRP is, met andere woorden: wat is het meest individuele in een mens, wat is het diepst, het meest typisch? Waar zit die verstoorde dynamis dan?
Als de expressies op lichamelijk en psychisch niveau op een coherente wijze gebeuren en een samenhangend patroon vormen, dan moet de dynamis zich logischerwijs op een niveau ‘voorbij’ lichaam en psyche ophouden. Dit is wat Sankaran het ‘sensation’ niveau noemt en ik het ‘vitale’. De reden waarom ik het woord vitaal gebruik is om dichter bij Hahnemann te blijven.
Een andere belangrijk begrip dat in een stroomversnelling is terechtgekomen, is het begrip miasma. Waar het een 30 tal jaar geleden nog klonk als een combinatie van erfelijkheid en vatbaarheid, wordt miasma tegenwoordig door verscheidene auteurs op welhaast symbolische wijze geïnterpreteerd.
De Hahnemannse miasma’s lijken mij de eerste indicaties om de totaliteit te vatten en niet enkel op het huidige (lees acute) beeld voor te schrijven. Hoe vernieuwend dit ook in de tijd van Hahnmann geweest moge zijn, voor ons, homeopaten, is het zo vanzelfsprekend geworden dat we ons nauwelijks nog realiseren dat we dit doen. Wij individualiseren altijd, ook de fysieke pathologie, en houden daarbij dus rekening met modaliteiten en generaliteiten. Dit completeert het actuele beeld. We leren er uit of de patiënt neiging heeft tot herhaalde opstoten van deze kwaal, welke er eventueel aan voorafgegaan zijn, hoe hij op eventuele behandelingen gereageerd heeft en dergelijke, waarbij we conclusies kunnen trekken inzake zijn tendensen, aanleg en vatbaarheid: met andere woorden: zijn miasma.
Dit is echter een fysieke interpretatie van het concept miasma.
Moderne verklaringen, de symbolische, begrijpen ‘miasma’ eerder als een levenshouding, een overlevingsmechanisme van de psyche, een onbewuste levensvisie met andere woorden: een delusion.
Dit is een psychologische interpretatie van het concept miasma. Zoals ik eerder betoogd heb, lijken mij beiden valabel en naast elkaar te bestaan. Naargelang de patiënt en het niveau waarop de verstoorde dynamis zich vooral of zelfs uitsluitend uitdrukt, naargelang de patiënt een individuele, dan wel een collectieve verstoring heeft, moet de homeopaat uitmaken of en welke nosode de patiënt nodig heeft.

Ik besef dat men niet alleen een andere selectie van aformismen kan gebruiken om een andere Hahnemann te laten klinken, men kan ook dezelfde aforismen op een geheel andere manier interpreteren.

De richting die ik geacht wordt te vertegenwoordigen, is de vernieuwing door Sankaran (en bij uitbreiding zijn collega’s en medewerkers als Jayesh Shah, Divya Chhabra, enz, ) geïntroduceerd.
Zijn inzicht en gebruik van de klassiek werkinstrumenten (repertoriumrubrieken en MM) waren dermate origineel en creatief dat hij al snel veel navolging kende. Van zijn vele ideeën kende vooral de zogenaamde ‘basic delusion’ in de jaren 90 succes en zijn ‘sensation methode’ vanaf 2002. Een jaar of 15 heb ik hem als mijn voornaamste leermeester beschouwd, naast vele, vele anderen en sinds een vijftal jaren ben in mijn eigen koers gaan varen omdat mijn persoonlijke stijl te ver van de zijne begon af te wijken.
Daardoor is het mogelijk dat zijn allerlaatste ontwikkelingen niet tot mij zijn doorgedrongen, en ik hoop dat volgelingen mij daarvoor willen verontschuldigen.

Mijn stijl mag dan al enigszins afwijken, de sensation methode van Sankaran zit erin vervat. Dat wil zeggen dat ik er eveneens van uitga dat de verstoorde dynamis zich situeert op het sensation of vitale niveau, voorbij lichaam en geest dus. Het is geen product van de geest. De verstoring kan zich niettemin maar communiceren via taal (ook lichaamstaal, die overigens vertaald wordt naar woorden en rubrieken) en die is een functie van de psyche.
Met Sankaran ben ik het eens dat er slechts één similimum is voor die persoon en dat dit de ‘oorzaak’ (kern, essentie, bron) is van de ziektesymptomen. Onze methode om tot die informatie te komen verschilt echter grondig. Waar bij Sankaran de patiënt ‘tot op sensation niveau gebracht moet worden’ doceer ik de methode om de vitale verstoring op alle niveaus te onderscheiden of herkennen. Dat impliceert dat je zinvolle voorschriften kunt maken op alle niveaus maar dat je trefzekerheid enorm toeneemt als je alle niveaus in een patiënt hebt begrepen en met je similimum hebt ‘gedekt’.

Momenteel is er een discussie gaande of het niet wenselijk zou zijn de homeopathische training met de methode van Sankaran of de sensation methode aan te vatten, in plaats van ermee af te ronden. De argumenten zijn dat de studenten dan eerst een methode aangeleerd wordt en pas in een later stadium de details. Zo hebben ze vanaf het begin houvast en kunnen ze meteen aan video en live cases beginnen in plaats van ze dodelijk te vervelen met saaie oude boeken vol nutteloze informatie. Nu krijgen ze een lawine van losse data uit de provings uit het hoofd te leren, ze moeten anamnesetechnieken aanleren voor ze weten waar ze precies naar op zoek zijn en ze worden in een later stadium verward om dat ze veel van het aangeleerde uit de klassieke boeken weer moeten vergeten. Ze zullen overigens vaak middelen voor moeten schrijven waar geen provings van bestaan en ze zullen meer aan Wikipedia hebben dan aan hun MM.
Hoe rationeel die argumenten ook klinken, zo werkt het niet. Homeopathie is namelijk niet rationeel. Vergelijk het met het aanleren van een taal: je gaat een peuter toch ook niet eerst de grammatica uitleggen en dan woordjes aanleren? Net zomin kan de studenten homeopathie eerst de methode uitleggen en dan het vocabularium. Dit moet samen gebeuren. De docenten moeten zich bewust zijn van de methode maar ze stapsgewijs aanbrengen. Neem een ander voorbeeld: je geeft een student toch ook niet een viool in handen en doet hem een muziekstuk voor? Zo moet het eindresultaat klinken, hij zal later wel de noten wel leren? Het klinkt absurd, niet? Vinden we het niet normaal dat om vaardigheid te verwerven oefening een absolute vereiste is? We worden nergens goed in tenzij we trainen: dagelijks, volhardend, voortdurend.

Ik ben dus helemaal geen voorstander van de sensation methode of zelfs maar mijn ‘vital approach’ aan beginnelingen in de materie te onderwijzen. Volgens mij is het onontbeerlijk dat studenten eerst de homeopathische klassiekers leren: het Organon grondig bestuderen zodat ze voor zichzelf kunnen nadenken later over de diepere betekenis van de tekst, het bestuderen van de MM om vertrouwd te raken met de taal van de substanties via provings, het repertorium om dit werkinstrument in de vingers te krijgen. Pas in een later stadium is het behulpzaam in grotere samenhangen en categorieën ter leren denken. Dan wordt het inzicht dieper en het bereik van de homeopaat groter. Maar het heeft geen zin om de beginnende student aan alle middelen in het universum en aan alle denkrichtingen en filosofische beschouwingen bloot te stellen…

Weerom een vergelijking. De abstracte kunst is een logische volgende stap op de figuratieve kunst. De eerste kubisten werden verguisd maar zijn inmiddels gecanoniseerd, herinner je je nog? Wie echter een leek is in de kunst vindt een Picasso of Mondriaan maar niets, sterker nog hij heeft het idee: ‘dat kan ik ook’. En al is het mogelijk dat hij een vlak of een streep op het doek kan zetten, op een veiling zal hij geen hoge prijzen halen.
Waarom niet?
De amateur kent of ziet het verschil niet maar de expert wel. Die kan inschatten of een abstract doek het resultaat is van een doorgedreven onderzoek naar de essentie van vorm, kleur en compositie of het onhandig geklieder van een ignorant. Iedere kunstvorm of wetenschap tot zijn uiterste consequentie doorgevoerd wordt abstract. Maar abstractie kan enkel gefundeerd worden op een solide basis van klassieke scholing en een zo groot mogelijke beheersing en begrip van de techniek. Dat vereist onafgebroken oefening. Dan kan de volgende stap gezet worden. Die stap niet willen, kunnen of durven zetten en volhouden dat enkel figuratieve kunst volwaardig is, zou vandaag als een stap terug in de geschiedenis beschouwd worden.
Zo beschouw ik ook de hedendaagse ontwikkelingen binnen de homeopathie als de eerste stappen in de richting van het abstraheren.

In de wetenschap wordt de Newtoniaanse visie de klassieke mechanica genoemd. Toch zijn er nog weinig wetenschappers van mening dat we ons tot die stellingen moeten beperken en de verdere evolutie door Einstein en later door de kwantum mechanica verwerpen.
Maar zoals alle vernieuwers hadden ook zij aanvankelijk met tegenstand af te rekenen. Dat is toe te schrijven aan de natuurlijke dialectiek van iedere ontwikkeling waarbij het conservatieve blok vasthoudt aan de status quo en de vernieuwers onbekende terreinen ontginnen. Die twee hebben elkaar nodig: zonder conservatieven dreigen de fundamenten verlaten te worden en zonder pioniers stopt iedere vooruitgang.

Concluderend:
We moeten onze klassieke fundamenten behouden om daar op verder te kunnen bouwen.
De basistekst van de klassieke homeopathie blijft het Organon, al varieert de interpretatie van de betekenis van de aforismen. Dat kan ook niet anders: de lezer is telkens iemand anders en de context waarin de tekst gelezen wordt is telkens anders.
Doorheen de veranderingen die alle fenomenen, zelfs ons eigen lichaam, voortdurend ondergaan, kunnen wij echter het blijvende, coherente patroon waarnemen. Dat komt door ons symboliserend vermogen dat aan een minimum aantal eigenschappen met een maximale specificiteit voldoende heeft. Het kan dan de variaties hanteren als individuele uitingen van in wezen hetzelfde idee. Zo kan het kleinste kind ondanks de enorme variëteit aan bomen een soort die hij nooit eerder gezien heeft, herkennen en benoemen als behorende tot de categorie ‘boom.’

Daarom zeggen wij dat je geen twee keer in dezelfde rivier kunt gaan baden. Maar ondanks het feit dat de rivier nooit tweemaal dezelfde is, de rivier blijft de rivier. We herkennen en benoemen haar als dusdanig of nu de blauwe lucht erin weerkaats wordt of een vlammend oranje ondergaande zon, of ze na een regenbui aangezwollen stroomt, bevroren ligt in een ijzige winter of dampt op een vroege ochtend in de herfst. Het heeft geen zin te discussiëren welke van de verschijningen van de rivier de enige juiste is… maar misschien is het een goed idee om samen aan haar oever te gaan zitten en van haar schoonheid te genieten?

 Bijvoorbeeld: Klüssendorf, Jan: Vergelijkende studie van het Organon versies, thesis voor CKH, 2009
Brewster O’Reilly, Wenda: Organon of the Medical Art

Goetze, O.E.A.: Organon der Geneeskunst: Aforisme 1: De hoogste en enige roeping van de arts is zieke mensen beter maken, wat men genezen noemt.

Aforisme 6: idem: De onbevooroordeelde waarnemer (…) moet het doen met wat hij zintuiglijk aan de buiten kant kan waarnemen van veranderingen in de toestand van lichaam en geest, aan ziekteverschijnselen, bijzonderheden en symptomen
Aforisme 7: idem: (…) dan moet de totaliteit van deze symptomen, die het innerlijke wezen van de ziekte, d.w.z. de aandoening van de levenskracht, naar buiten weerspiegeld, het voornaamste of enige zijn, waardoor de ziekte te kennen geeft welk middel ze nodig heeft
Aforisme 11: idem: Als de mens ziek wordt, is in het begin alleen deze zelf werkzame levenskracht (het levensbeginsel), die overal in zijn organisme aanwezig is, 'ontstemd' door de tegen het leven gerichte dynamische invloed van een ziekmakend agens. Alleen een levensbeginsel, dat tot zo'n wanklank verworden is, kan het organisme die nare gewaarwordingen bezorgen en het zo abnormaal laten functioneren, dat we het ziek noemen. Want deze kracht die op zichzelf onzichtbaar is en alleen te merken door haar inwerking op het organisme, geeft slechts kennis van haar ziekelijk ontstemd zijn, doordat het organisme in voelen en handelen ziek blijkt (dat is de enige kant, die voor de zintuiglijke waarneming van de geneeskundige open ligt). Dat wil zeggen: het ziek zijn maakt zich kenbaar door ziektesymptomen en door niets anders.
Aforisme 14: idem: Er is binnenin de mens niets wat ziek is en behandelbaar, er is evenmin iets dat op een onzichtbare manier ziekelijk veranderd is en herstelbaar, wat een arts bij nauwkeurige observatie niet door ziekteverschijnselen en symptomen zou kunnen constateren.
Aforisme 15: idem: Het lijden van de ziekelijk ontstemde spirituele dynamis, die ons lichaam bezielt ( de levenskracht) (…) en de totaliteit van de symptomen(…) vormen één geheel, zijn één en hetzelfde. (…)
Aforisme 17: idem: In de genezing die volgt op het wegnemen van de totaliteit van waarneembare verschijnselen en bijzonderheden van de ziekte, wordt tegelijk de daaraan ten grondslag liggende inwendige verandering van de levenskracht opgeheven. (…) Daaruit volgt dat de arts allen maar (…) de disharmonie van het levensbeginsel, dus de ziekte in haar geheel , de ziekte zelf (…) op te heffen en te vernietigen.
Aforisme 19: idem: Omdat ziekten dus alleen maar veranderingen in het welbevinden van de gezonde mens zijn, die zich door ziekteverschijnselen manifesteren en genezing ook alleen maar mogelijk is doordat die ziektetoestand weer in gezondheid wordt omgezet… (…)
Aforisme 148: idem: Men mag de natuurlijke ziekte nooit beschouwen als een ergens binnenin of buiten de mens aanwezige schadelijke materie. Men moet haar zien als door een spirituele vijandige kracht verwekt. Het spirituele levensbeginsel dat het organisme beheerst en instinctief bestuurt, wordt als het ware via een soort besmetting door die kracht verstoord. (…)

Aforisme 153: idem: Bij het opzoeken van een homeopathisch specifiek geneesmiddel (…) moet men bijna uitsluitend oog hebben voor de meer opvallende, merkwaardige, ongewone en typerende (karakteristieke) verschijnselen en symptomen (…) Aan de meer algemene en vage (…) hoeft men (…) maar weinig aan dacht te schenken.

Vervarcke, Anne: The Charm of Homeopathy.

 

(terug)